ECLI:NL:RVS:2003:AM5476
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vergunningvrije plaatsing afvalcontainers in gemeenteplantsoen
Appellante maakte bezwaar tegen het plaatsen van drie afvalcontainers in het gemeenteplantsoen tegenover haar woning zonder bouwvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Breda verklaarde de bezwaren aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar herzag dit later en weigerde handhavend op te treden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Raad van State overweegt dat de containers op 31 oktober 2000 zonder vergunning zijn geplaatst, maar vanaf 1 januari 2003 vergunningvrij zijn volgens artikel 43 van Pro de Woningwet en het Besluit bouwvergunningsvrije bouwwerken. De containers voldoen aan de criteria voor vergunningvrij bouwen omdat zij onder de maximale hoogte en oppervlakte blijven.
Appellante stelde dat de containers samen één bouwwerk vormen en dus niet vergunningvrij zijn, maar de Raad oordeelt dat het drie afzonderlijke bouwwerken betreft. Ook het argument dat dit zou leiden tot onbeperkte plaatsing van vergunningvrije bouwwerken faalt, omdat het bestemmingsplan buiten toepassing blijft voor vergunningvrij bouwen en instemming van de zakelijk rechthebbende vereist is.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.