ECLI:NL:RVS:2003:AM5478
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eenrichtingsverkeer Molenhoek wegens onjuiste belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Heusden stelde op 23 juli 2001 eenrichtingsverkeer in op de afrit Molenhoek/Meliepark in de richting van het Meliepark. Appellant, bewoner van de Molenhoek, verzocht om aanvullende maatregelen ter bescherming van wandelaars en spelende kinderen. Het college wees het bezwaar van appellant af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank te 's-Hertogenbosch. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college een ruime beoordelingsmarge heeft bij verkeersbesluiten, maar dat deze marge niet onbeperkt is. In dit geval bleek dat het college de planvoorschriften van het bestemmingsplan Meliepark onjuist had uitgelegd. De Molenhoek is bestemd als dijkroute, primair voor fiets- en wandelverkeer, en niet als ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer van en naar het Meliepark.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college daardoor een onjuiste belangenafweging had gemaakt, wat leidt tot strijd met artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van het college vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot instelling van eenrichtingsverkeer op de afrit Molenhoek/Meliepark wordt vernietigd wegens een onjuiste belangenafweging.