ECLI:NL:RVS:2003:AN7224
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging revisievergunning Wet milieubeheer wegens onrechtmatige voorschriften
Bij besluit van 4 september 2002 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een revisievergunning aan de vergunninghoudster voor diverse activiteiten, waaronder opslag en verwerking van agrarische producten en organisch bedrijfsafval. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit en voerde meerdere bezwaren aan, waaronder onrechtmatigheden in de aanvraagwijziging, de toepassing van voorschriften en het ontbreken van geurhindermaatregelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wijziging van de aanvraag na terinzagelegging geoorloofd was en dat de vergunning terecht geen WVO-vergunning vereiste, aangezien alleen huishoudelijk afvalwater werd geloosd. De klacht over het ontbreken van gegevens over afzet van afvalstoffen werd verworpen, evenals zorgen over de opvang van percolaatwater en de verwerking van afvalstoffen tot kattenbakkorrels.
Wel werd geoordeeld dat de voorschriften 30.3, 30.6 en 30.7, die betrekking hebben op het onderwerken van organische afvalstoffen op landerijen buiten de inrichting, onrechtmatig aan de vergunning waren verbonden. Verder werd vastgesteld dat geurhinder adequaat wordt bestreden via voorschriften en dat een voorafgaand geurhinderonderzoek niet noodzakelijk was. Het beroep is daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit op die punten vernietigd.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor de voorschriften over het onderwerken van organische afvalstoffen op landerijen buiten de inrichting.