ECLI:NL:RVS:2003:AN7239

Raad van State

Datum uitspraak
30 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200306140/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
  • I.A. Molenaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuursdwang afbraak cafetaria

Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom heeft verzoeker bij besluit van 28 oktober 2002 aangeschreven om een cafetaria in Lepelstraat af te breken en te verwijderen, onder aanzegging van bestuursdwang. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 april 2003 ongegrond werd verklaard met een verlengde begunstigingstermijn van zes maanden.

Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank te Breda, die op 29 augustus 2003 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 23 oktober 2003. Gelet op de aangevoerde gronden en het procesverloop was er geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit in de bodemprocedure niet in stand zou blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot bestuursdwang is afgewezen.

Uitspraak

200306140/2.
Datum uitspraak: 30 oktober 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Breda van 29 augustus 2003 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom (hierna: het college) verzoeker onder aanzegging van bestuursdwang aangeschreven om vóór 15 december 2002 cafetaria [naam] in Lepelstraat af te breken en te verwijderen.
Bij besluit van 1 april 2003 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, met dien verstande dat de begunstigingstermijn is gesteld op 6 maanden na verzending van dit besluit.
Bij uitspraak van 29 augustus 2003, verzonden op die dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Breda (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 12 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 2003, hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 oktober 2003, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. M.J. Smaling, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.J. van Loon en mr. A.J.W.P. Rampaart-Verbeek, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht, is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat verzoeker niet mocht worden aangeschreven, zoals het college heeft gedaan.
2.2. Gelet hierop, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en dient het verzoek daartoe te worden afgewezen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk w.g. Molenaar
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2003
369.