ECLI:NL:RVS:2003:AN7240
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift huursubsidie terugvordering
Appellant, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, heeft de huursubsidie van verzoekster over het tijdvak 1996/1997 herzien en de teveel betaalde subsidie teruggevorderd. Verzoekster stelde bezwaar in, dat door appellant niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde de beslissing.
De Raad van State oordeelt dat appellant terecht mocht uitgaan van het laatst bekende correspondentieadres, omdat verzoekster geen adreswijziging had doorgegeven. Het besluit van 31 oktober 2000 is op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De bezwaartermijn van zes weken begon op 1 november 2000, maar het bezwaarschrift werd pas op 30 mei 2001 ingediend, buiten de termijn.
Verzoekster voerde aan dat zij niet in verzuim was omdat zij het besluit niet tijdig ontving en dat de terugvordering door haar voormalige partner had moeten worden voldaan. De Raad van State acht dit niet juist, omdat verzoekster als aanvrager bekend was met de voorwaarden en de mogelijkheid van terugvordering. Zij had haar adreswijziging moeten doorgeven en rekening moeten houden met een mogelijke herziening.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van huursubsidie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.