ECLI:NL:RVS:2003:AN7297
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning aanleg inrit wegens verkeersveiligheid en woonomgeving
Het college van burgemeester en wethouders van Bemmel heeft op 12 maart 2002 een vergunningaanvraag voor het aanleggen van een inrit geweigerd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 16 oktober 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond op 28 mei 2003.
Appellant stelde in hoger beroep dat de verkeersveiligheid niet in het geding was en dat de inrit geen aanzienlijke inbreuk op de woonomgeving zou maken. De Raad van State oordeelde dat het college terecht heeft gewezen op het belang van verkeersveiligheid, met name de bescherming van een speelterrein met hekwerk dat kinderen beschermt tegen direct de straat oplopen. De aanleg van de inrit zou dit hekwerk deels wegnemen en het speelveld verkleinen, wat een aanzienlijke inbreuk op de woonomgeving betekent.
Verder werd gewezen op het bestemmingsplan “Binnenveld II”, dat parkeren op eigen terrein voor het type woning van appellant niet toestaat, in tegenstelling tot woningen aan de overkant die direct aan de weg liggen. Het vertrouwen van appellant op parkeermogelijkheden op eigen terrein werd niet gegrond geacht omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die een vergunning rechtvaardigden ondanks de negatieve effecten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning voor het aanleggen van de inrit wordt bevestigd.