ECLI:NL:RVS:2003:AN7878
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verkeersbesluit parkeerplaatsen touringcars Dreef Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besloot op 23 april 2002 om borden te plaatsen die parkeerplaatsen voor een specifieke voertuigcategorie aanwijzen, met een parkeerverbod voor andere voertuigen, op meerdere locaties aan de Dreef. Na bezwaar van appellant verklaarde het college dit deels gegrond en deels ongegrond. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank een onjuiste feitelijke weergave gaf, met name over het verwijderen van belijningen en borden, en dat de rechtbank ten onrechte de omvang van de overlast beperkte. Tevens stelde appellant dat hij materiële en immateriële schade had geleden die onvoldoende was onderzocht.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de verkeersborden en markeringen waren verwijderd na afloop van de Floriade 2002, en dat het niet relevant was dat de gemeente zich niet aan de termijn voor verwijdering had gehouden. Ook was het ontbreken van onderbouwing van schade door appellant terecht meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.