ECLI:NL:RVS:2003:AN7921

Raad van State

Datum uitspraak
6 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200305207/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Woonpark Oosterhout 2002

De gemeenteraad van Nijmegen stelde op 19 februari 2003 het bestemmingsplan 'Woonpark Oosterhout 2002' vast, dat de bouw van circa 1900 woningen mogelijk maakt binnen de Nijmeegse Vinex-locatie de Waalsprong. Op 22 juli 2003 keurde de provincie Gelderland dit plan goed. Verzoekers, eigenaren van een melkrundveehouderij en jongveebedrijf nabij het plangebied, stelden beroep in tegen het goedkeuringsbesluit en verzochten om een voorlopige voorziening.

Zij waren met name ontevreden omdat zij een deel van hun bedrijfsgronden moesten afstaan zonder dat passende compensatie was geregeld; zij wensten gronden in vlek 10 West als ruilgrond, maar het plan voorziet daar in woningbouw. Daarnaast maakten zij bezwaar tegen de waterhuishouding in het plan. Tijdens de zitting op 10 oktober 2003 bleek dat onderhandelingen over compensatiegronden in Ressen gaande waren en dat partijen verwachten binnen enkele maanden overeenstemming te bereiken.

De Voorzitter oordeelde dat er voldoende vertrouwen is dat passende compensatie zal worden geregeld en dat er geen aanleiding is om de goedkeuring van het bestemmingsplan voorlopig te schorsen. Ook de waterhuishouding is volgens de Voorzitter niet in strijd met wettelijke voorschriften of een goede ruimtelijke ordening. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het goedkeuringsbesluit van het bestemmingsplan Woonpark Oosterhout 2002 is afgewezen.

Uitspraak

200305207/2.
Datum uitspraak: 6 november 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 februari 2003 heeft de gemeenteraad van Nijmegen het bestemmingsplan "Woonpark Oosterhout 2002" vastgesteld.
Bij besluit van 22 juli 2003, no. RE2003.27071, heeft verweerder over de goedkeuring van dit plan beslist.
Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 10 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 11 september 2003, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 6 oktober 2003.
Bij eerstgenoemde brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 oktober 2003, waar verzoekers, in de persoon van [een van de verzoekers], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. P.G.A.L. Evers, ambtenaar bij de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord de gemeenteraad van Nijmegen, vertegenwoordigd door J. Rensen en E.M. Leene, ambtenaren bij de gemeente, en [gemachtigde].
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan maakt de bouw van ongeveer 1900 woningen nabij de kern Oosterhout mogelijk. Het plangebied is een onderdeel van de Nijmeegse Vinex-locatie de Waalsprong, dat voorziet in de uiteindelijke bouw van 12.000 woningen ten noorden van de Waal.
2.3. Verzoekers hebben een melkrundveehouderij en jongveebedrijf in de [locatie] in [plaats], op korte afstand van het plangebied. Zij moeten een deel van hun bedrijfsgronden afstaan voor de bouw van woningen in het Waalspronggebied. Verzoekers wensen in ruil hiervoor gronden die liggen in vlek 10 West in het plangebied. Het plan voorziet echter in woningbouw op deze plaats. Verzoekers kunnen zich hiermee niet verenigen.
Verder zijn zij van mening dat de waterhuishouding in het plan niet goed is geregeld.
Verzoekers zijn van mening dat verweerder het plan op deze onderdelen ten onrechte heeft goedgekeurd en vragen in zoverre schorsing van het goedkeuringsbesluit.
2.4. De Voorzitter constateert dat verzoekers met name bezwaar hebben tegen het feit dat nog geen passende oplossing is gevonden om hun verlies aan gronden vanwege het Waalsprongproject te compenseren.
Ter zitting is gebleken dat de Grond Exploitatie Maatschappij Waalsprong CV namens het gemeentebestuur van Nijmegen in onderhandeling is om gronden in Ressen te kopen, welke kunnen worden geruild tegen de gronden van verzoekers die nodig zijn voor woningbouw. Ter zitting hebben verzoekers verklaard dat zij deze gronden wat betreft hun ligging, grootte en waarde in beginsel geschikt vinden als compensatie. Zowel verweerder als de gemeenteraad hebben ter zitting erkend dat een spoedige overeenstemming over de compensatiegronden gewenst is en hebben verklaard zich hiervoor te zullen inzetten.
Gelet op het voorgaande heeft de Voorzitter de verwachting dat partijen binnen enkele maanden overeenstemming zullen bereiken over het compenseren van verzoekers voor hun verlies aan gronden. Voorts acht de Voorzitter voldoende verzekerd dat in het Waalspronggebied gronden voor het bedrijf van verzoekers beschikbaar zullen blijven. De Voorzitter ziet op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting geen aanleiding om totdat partijen definitief overeenstemming over de grondruil hebben bereikt, de goedkeuring van het bestemmingsplan deels te schorsen.
2.5. Voorts overweegt de Voorzitter dat verweerder uitgebreid is ingegaan op de manier waarop de waterhuishouding in het plan is geregeld. Uit datgene wat verzoekers in hun verzoekschrift en ter zitting naar voren hebben gebracht, blijkt niet dat het plan op dit punt in strijd is met enig wettelijk voorschrift of dat verweerder het in zoverre in strijd met een goede ruimtelijke ordening had moeten achten. Verweerder kon dan ook in redelijkheid instemmen met dit onderdeel van het bestemmingsplan.
Ook in zoverre bestaat naar het oordeel van de Voorzitter geen aanleiding het bestreden besluit te schorsen.
2.6. Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C.M. Nollen, ambtenaar van Staat.
w.g. Dolman w.g. Nollen
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2003
332.