ECLI:NL:RVS:2003:AN7972
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- L.J. Können
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning betonmortelproductie op gezoneerd industrieterrein
Bij besluit van 11 augustus 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een vergunning verleend aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een betonmortelproductie-inrichting op een perceel te Amsterdam. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter heeft het verzoek behandeld en overwogen dat de geluidbelasting van verkeersbewegingen op het terrein van een derde niet als openbare weg wordt aangemerkt en daarom buiten beschouwing mag blijven bij de geluidbelasting van de inrichting. Tevens is vastgesteld dat de totale geluidbelasting binnen de wettelijke norm van 50 dB(A) blijft, zodat geen spoedeisend belang bestaat voor een voorlopige voorziening.
Verder is het bezwaar van verzoekster dat de vergunning mogelijk ontoereikend is wegens afvalwater van een restbetonrecyclinginstallatie beoordeeld. De Voorzitter oordeelde dat dit bezwaar niet in deze procedure kan worden behandeld en dat op basis van de vergunningvoorschriften geen infiltratie van afvalwater te verwachten is.
Ook de bezwaren over productieomvang en akoestische rapporten zijn niet voldoende onderbouwd om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. Daarom is het verzoek afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning voor betonmortelproductie is afgewezen.