ECLI:NL:RVS:2003:AN8316
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- A.W.M. Bijloos
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing uitstel staatsexamen Nederlands schrijfvaardigheid
Appellant, de voorzitter van de staatsexamencommissie, wees het verzoek van verzoekster om uitstel voor het examen Nederlands schrijfvaardigheid af. Verzoekster stelde bezwaar en ging in beroep bij de voorzieningenrechter, die het bezwaar gegrond verklaarde en bepaalde dat verzoekster alsnog het schriftelijk werk mocht maken.
De voorzitter stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Inmiddels had verzoekster het schriftelijk werk alsnog gemaakt en het staatsexamen met goed gevolg afgelegd, waarna het diploma werd uitgereikt. Hierdoor was het geschil feitelijk beëindigd.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen praktisch gevolg meer kon hebben en dat het beantwoorden van de rechtsvragen slechts van principiële betekenis zou zijn. Gezien deze omstandigheden verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De voorzitter verklaarde ter zitting dat hij geen gevolgen aan de uitspraak zou verbinden voor verzoekster, waarmee de rechtszekerheid werd gewaarborgd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de voorzitter is niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil feitelijk is beëindigd.