ECLI:NL:RVS:2003:AN8329
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie na vertrek uit woning en buitenlandverblijf
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stelde bij besluit van 14 september 1999 de huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997 nader vast en vorderde een teveel betaalde huursubsidie terug. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat hij de woning vanwege een echtscheiding had verlaten en naar het buitenland was vertrokken, en dat hij de aanvraag niet zelf had ingediend, waardoor de besluiten ten onrechte op zijn naam waren gesteld.
De Raad van State oordeelde dat appellant door ondertekening van het continueringformulier huursubsidie werd geacht de aanvraag te hebben ingediend en dat de besluiten terecht op zijn naam stonden. Appellant had de verplichting om wijzigingen zoals vertrek uit de woning en verblijf in het buitenland te melden, wat hij niet had gedaan. De Staatssecretaris mocht ervan uitgaan dat het opgegeven correspondentieadres juist was en dat het besluit correct was bezorgd.
De rechtbank had daarom terecht artikel 6:11 Awb Pro niet van toepassing geacht, waardoor geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een vergoeding van schade werd niet toegewezen en proceskostenveroordeling werd uitgesloten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie bevestigd.