ECLI:NL:RVS:2003:AN8356
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens onvolledige opgave bij bouwaanvraag
Het college van burgemeester en wethouders van Someren trok op 22 juni 2001 de bouwvergunning in die op 16 januari 2001 aan appellant was verleend voor het oprichten van een opslagloods met hygiënesluis en kantoor op een perceel in Someren. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 8 januari 2002 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch, die op 17 maart 2003 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of het college bevoegd was de bouwvergunning in te trekken op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet, omdat de vergunning zou zijn verleend op basis van een onjuiste of onvolledige opgave. Appellant had in mei 2000 een subsidieaanvraag ingediend voor bedrijfsbeëindiging in het kader van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, maar had dit niet vermeld bij de bouwaanvraag van oktober 2000.
De Raad van State overwoog dat het college uit de omstandigheden mocht afleiden dat de bouwaanvraag betrekking had op het pluimveebedrijf, mede omdat de hygiënesluis in open verbinding stond met de pluimveestallen. Het bestemmingsplan stond alleen bouw toe ten dienste van agrarische bedrijven. Omdat appellant het college niet op de hoogte had gesteld van de subsidieaanvraag en de voorgenomen bedrijfsbeëindiging, was sprake van een onvolledige opgave. De intrekking van de bouwvergunning was daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de bouwvergunning wegens onvolledige opgave door appellant.