ECLI:NL:RVS:2003:AN8357
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.A.M. van Angeren
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning Derde Zeehaven IJmuiden wegens ontvankelijkheid bezwaar milieudefensie
De Minister van Verkeer en Waterstaat verleende op 17 september 2001 een vergunning aan Zeehaven IJmuiden voor het maken en behouden van werken ten behoeve van de Derde Zeehaven te IJmuiden. De Vereniging Milieudefensie en Stichting Kwaliteitshaven Noordzeekanaalgebied maakten bezwaar tegen dit besluit. De Minister verklaarde het bezwaar van beide appellanten niet-ontvankelijk. De rechtbank te Haarlem verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
Vereniging Milieudefensie stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat haar belangen wel degelijk onder de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) vielen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar van Milieudefensie niet-ontvankelijk had verklaard, omdat het waterstaatkundig belang samenvalt met het milieubelang dat de vereniging beoogt te behartigen. Het hoger beroep van Milieudefensie werd daarom gegrond verklaard.
De Stichting Kwaliteitshaven Noordzeekanaalgebied was ten tijde van het besluit een stichting in oprichting zonder rechtspersoonlijkheid, waardoor zij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. Het hoger beroep van deze stichting werd ongegrond verklaard. De Raad van State vernietigde het besluit van 25 februari 2002 voor zover het betrekking had op Milieudefensie en beval de Minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van Vereniging Milieudefensie wordt gegrond verklaard en het besluit van de Minister vernietigd; het hoger beroep van Stichting Kwaliteitshaven Noordzeekanaalgebied wordt ongegrond verklaard.