ECLI:NL:RVS:2003:AN8369
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vergunning grondverzetbedrijf: beroep ongegrond wegens toereikende milieubescherming en motivering
Verweerder verleende een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een grondverzet- en cultuurtechnisch loonbedrijf. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit met diverse gronden, waaronder bezwaren tegen de bevoegdheid van verweerder, geluidshinder, stofemissies en schade aan beplanting.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van appellant sub 2 niet-ontvankelijk was voor bepaalde gronden omdat deze niet als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Voor de overige gronden en het beroep van appellant sub 1 werd het beroep ongegrond verklaard.
De Afdeling overwoog dat de vergunning alleen geweigerd kan worden indien nadelige milieugevolgen niet voldoende kunnen worden beperkt. De geluidvoorschriften voldeden aan de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, en het akoestisch onderzoek toonde aan dat de geluidgrenswaarden haalbaar zijn. Voorts waren er voldoende voorschriften opgenomen ter voorkoming van stofhinder en was het onderzoek naar schade door vallend blad en schaduw toereikend.
De motivering van het besluit was volgens de Raad voldoende en de bezwaren van appellanten faalden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning is grotendeels ongegrond verklaard en het beroep van appellant sub 2 deels niet-ontvankelijk.