ECLI:NL:RVS:2003:AN8376
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen afwijkende bouwwerkzaamheden zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Onderbanken heeft appellant gelast om de bouwwerkzaamheden op zijn perceel te staken, voor zover deze afwijken van de bouwvergunning van 24 augustus 2000. Appellant maakte bezwaar tegen dit handhavingsbesluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de voorzieningenrechter, die eveneens het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij gerechtvaardigde verwachtingen had op grond van verklaringen van een ambtenaar en dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was. De Raad van State oordeelt dat appellant geen gerechtvaardigde verwachtingen kon ontlenen aan de ambtenaar, omdat de bevoegdheid bij het college lag. Ook het feit dat het bouwplan een positief welstandsadvies had ontvangen, maakt het ontbreken van een bouwvergunning niet ongedaan.
Verder faalt het betoog dat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan, omdat het handhavingsbesluit zich uitsluitend richt op de afwijking van de bouwvergunning. Ook de omstandigheid dat appellant door sloopwerkzaamheden van de buurman gedwongen was af te wijken van de vergunning, rechtvaardigt geen uitzondering op handhaving. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.