ECLI:NL:RVS:2003:AN8377
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vaarbevoegdheidsbewijs kapitein voor schepen tot 3000 GT
Appellante, Gefonzo B.V., verzocht om afgifte van vaarbevoegdheidsbewijzen als kapitein op schepen tot 3000 GT voor meerdere personen, maar de Minister van Verkeer en Waterstaat weigerde dit op 7 september 2001. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of aan het diensttijdvereiste van artikel 16, vierde lid, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart was voldaan, en of ontheffing op grond van artikel 25 van Pro de Zeevaartbemanningswet mogelijk was. Appellante stelde dat ook diensttijd op binnenvaartschepen moest meetellen en dat ontheffing terecht verleend had moeten worden. Tevens voerde zij een beroep op artikel IX van het STCW-verdrag en een schending van het gelijkheidsbeginsel aan.
De Raad van State oordeelde dat de diensttijd uitsluitend betrekking heeft op tijd doorgebracht op zeeschepen, zoals door de regelgeving bepaald, en dat de Minister terecht de ontheffing had geweigerd omdat deze slechts in bijzondere omstandigheden wordt verleend. Het beroep op het STCW-verdrag werd verworpen omdat artikel IX geen ad-hoc toepassing toestaat. Ook was er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel, mede omdat een eerder verleend vaarbevoegdheidsbewijs abusievelijk was toegekend en ingetrokken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vaarbevoegdheidsbewijzen bevestigd.