ECLI:NL:RVS:2003:AN8388
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.J. Hoekstra
- M.F.N. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan IJburg tweede fase
Bij besluit van 23 oktober 2002 heeft de gemeenteraad van Amsterdam het bestemmingsplan 'IJburg, tweede fase' vastgesteld, dat betrekking heeft op de bouw van een nieuwe stadswijk op gronden in het IJmeer. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland heeft dit plan op 27 mei 2003 goedgekeurd.
Verzoeksters, de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer en de Stichting Centrale Dorpenraad Landelijk Noord, hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om onomkeerbare gevolgen van de landaanwinningsactiviteiten en bouwwerkzaamheden te voorkomen. Zij stelden dat de noodzaak voor de nieuwbouw was komen te vervallen en dat het plan onaanvaardbare inbreuk maakte op natuurwaarden en het beschermde dorpsgezicht.
De Voorzitter oordeelde dat de voorbereidende werkzaamheden, die in 2004 zouden starten, zoals de aanleg van drukterpen en landaanwinning, nog niet van dien aard waren dat zij onomkeerbare gevolgen zouden veroorzaken. De bouw van woningen zou naar verwachting pas vanaf 2007 beginnen. Daarom ontbrak het aan de vereiste onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening, die daarom werd afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 13 november 2003 door de Voorzitter R.J. Hoekstra, in aanwezigheid van ambtenaar van Staat M.F.N. van den Berg.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan IJburg tweede fase wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en onomkeerbare gevolgen.