ECLI:NL:RVS:2003:AN8872
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen melding verandering inrichting bouw- en sloopafval
Bij besluit van 21 augustus 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een melding geaccepteerd van een vergunninghoudster voor een verandering van haar inrichting voor het opslaan, overslaan en bewerken van bouw- en sloopafval en campingafval op een locatie in een plaats. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 4 november 2003, waarbij partijen werden gehoord. Verzoekers stelden dat de melding ten onrechte door de vergunninghoudster was gedaan, omdat zij niet de exploitant zou zijn van de inrichting. Verweerder stelde dat de vergunninghoudster wel degelijk drijver is van de inrichting. De Voorzitter oordeelde dat niet aannemelijk was dat de melding onterecht was gedaan.
Verder voerden verzoekers aan dat de overslaglocatie op een andere locatie zou liggen dan toegestaan en in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De Voorzitter overwoog dat strijd met het bestemmingsplan geen grond is om de melding te weigeren op grond van artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer.
Ten slotte stelde verzoekers dat de overdekte overslaglocatie niet ondergeschikt deel van de inrichting zou zijn en buiten de vergunninggrenzen lag. De Voorzitter oordeelde dat de melding niet geweigerd hoeft te worden zolang wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 8.19, tweede lid, en dat niet is gebleken van andere of grotere nadelige milieugevolgen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de acceptatie van de melding is afgewezen.