ECLI:NL:RVS:2003:AN9216
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en gedeeltelijke goedkeuring bestemmingsplan Buitengebied Lith wegens strijd met goede ruimtelijke ordening
De gemeenteraad van Lith stelde op 31 januari 2002 het bestemmingsplan "Buitengebied Lith" vast, dat door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op 17 september 2002 werd goedgekeurd. Diverse appellanten maakten bezwaar tegen onderdelen van dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepen en toetste het besluit aan het beleid en de wet- en regelgeving, waaronder de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling oordeelde dat het college van gedeputeerde staten op enkele punten het beoordelingskader niet zorgvuldig had toegepast, zoals bij de begrenzing van agrarische bouwblokken en bij de goedkeuring van bestemmingen voor onder meer woondoeleinden en bedrijfsactiviteiten. Daarnaast werd vastgesteld dat bepaalde onderdelen van het plan onvoldoende waren gemotiveerd of in strijd waren met het streekplanbeleid en de goede ruimtelijke ordening.
De Afdeling vernietigde daarom delen van het besluit, waaronder de onthouding van goedkeuring aan agrarische bouwblokken, de goedkeuring van bepaalde plandelen met landschappelijke waarden, en de aanduiding van agrarische ontwikkelingsgebieden op sportvelden. Ook werd goedkeuring onthouden aan een plandeel met een bedrijfsbestemming vanwege onduidelijkheid over toegelaten activiteiten. Voor overige onderdelen werd het besluit bevestigd. Tevens werden proceskosten toegewezen aan enkele appellanten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige voorbereiding, motivering en afstemming met ruimtelijk beleid bij de vaststelling en goedkeuring van bestemmingsplannen.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Buitengebied Lith wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheid en goede ruimtelijke ordening, met toekenning van proceskosten aan enkele appellanten.