ECLI:NL:RVS:2003:AN9246
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke intrekking veehouderijvergunning
Bij besluit van 18 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard de vergunning voor een veehouderij, verleend op 27 april 1993 aan een derde partij, gedeeltelijk ingetrokken. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat hij geen vergunninghouder is en dat de procedure niet correct is gevolgd.
De Raad van State oordeelt dat de door appellant aangevoerde gronden, waaronder het ontbreken van een hoorzitting en vermeende partijdigheid van verweerder, niet leiden tot vernietiging van het besluit. De procedure is volgens de geldende regels gevolgd, waarbij appellant op 6 februari 2003 de gelegenheid heeft gehad om mondeling te reageren.
Verder is geoordeeld dat het besluit in redelijkheid is genomen en dat de bezwaren van appellant, zoals mogelijke gevolgen voor een nabijgelegen perceel en het houden van dieren zonder vergunning, niet de rechtmatigheid van het besluit aantasten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van de veehouderijvergunning wordt ongegrond verklaard.