ECLI:NL:RVS:2003:AN9271
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening aanlegsteiger recreatievaart niet onrechtmatig verklaard
Verweerder heeft op 18 maart 2003 een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een aanlegsteiger voor recreatievaart op een perceel te [plaats]. Tegen dit besluit hebben meerdere appellanten beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het beroep van één appellant niet-ontvankelijk is omdat deze geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit, zoals vereist volgens de Wet milieubeheer. De overige appellanten voerden aan dat de aanlegsteiger visuele hinder zou veroorzaken en milieuvervuilend zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat visuele hinder primair een planologisch vraagstuk is en dat de milieuhygiënische toets geen aanleiding geeft tot weigering van de vergunning of aanvullende voorschriften. De milieuvervuilingsgrond is onvoldoende onderbouwd en faalt omdat de vergunningaanvraag betrekking heeft op een specifieke locatie die geschikt is bevonden.
Daarom verklaart de Raad van State het beroep van de niet-ontvankelijke appellant ongegrond en wijst de overige beroepen eveneens af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van één appellant is niet-ontvankelijk verklaard en de overige beroepen zijn ongegrond verklaard, waardoor de vergunning is bevestigd.