ECLI:NL:RVS:2003:AN9685
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Oosting
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning grootschalige teelt genetisch gemodificeerde aardappelen
Appellante, een coöperatie gespecialiseerd in aardappelproducten, verzocht om verlenging van een vergunning voor grootschalige teelt van genetisch gemodificeerde aardappelrassen Apriori en Apropos. De minister weigerde deze verlenging op grond van mogelijke risico's voor mens en milieu, met name vanwege het risico van horizontale overdracht van het nptIII-gen dat resistentie tegen het antibioticum amikacine kan veroorzaken.
De vergunning was reeds verlopen en de minister behandelde het verzoek als een nieuwe aanvraag. Appellante stelde dat het besluit onzorgvuldig was, mede omdat het niet tijdig genomen was, waardoor de aardappelrassen definitief verloren gingen en zij schade leed. De Raad van State oordeelde dat het niet tijdig beslissen neerkwam op een feitelijke weigering en dat de minister onvoldoende wetenschappelijke gronden had om de vergunning te weigeren, vooral nadat de aanvraag was beperkt tot niet-vervoer van de aardappelen als veevoer.
De Raad vernietigde het besluit, bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven vanwege het teloorgaan van de aardappelrassen, en beval heropening van het onderzoek voor een uitspraak over schadevergoeding. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning voor grootschalige teelt van genetisch gemodificeerde aardappelen wordt vernietigd.