ECLI:NL:RVS:2003:AN9714
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vergunning voor uitbreiding overslagbedrijf wegens milieubeoordeling fijn stof
Bij besluit van 10 januari 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Europees Massagoed Overslagbedrijf B.V. een vergunning voor de uitbreiding van een inrichting voor opslag en overslag van droge massagoederen. Appellanten, twee milieuorganisaties, stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning onrechtmatig was verleend, onder meer vanwege onvoldoende milieubeoordeling en overschrijding van fijnstofnormen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het bestuursorgaan niet in strijd met artikel 3:27 Awb Pro hoefde in te gaan op alle bedenkingen van appellanten, aangezien vergelijkbare bedenkingen elders wel waren behandeld. De beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan bij het al dan niet verlangen van een revisievergunning werd bevestigd, waardoor de verleende veranderingsvergunning niet onredelijk was.
Met betrekking tot de milieuaspecten, in het bijzonder de fijnstofemissies, concludeerde de Afdeling dat de aan de vergunning verbonden voorschriften en maatregelen voldoen aan het ALARA-beginsel en dat de bijdrage van de uitbreiding aan de fijnstofconcentraties gering en toelaatbaar is. De overschrijding van toekomstige normen werd niet als reden tot weigering gezien, omdat deze normen niet wettelijk zijn vastgelegd en er een dalende trend in fijnstofconcentraties is. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de verleende veranderingsvergunning zijn ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.