ECLI:NL:RVS:2003:AN9730
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- E.A. Alkema
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen bewoning bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen legde appellanten een dwangsom op om de bewoning van een bijgebouw op hun perceel te staken, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan “Landelijk Gebied 1972”. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat er toezeggingen waren gedaan dat handhaving achterwege zou blijven en dat het bijgebouw in de toekomst een woonbestemming zou krijgen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en stelt dat het gebruik van het bijgebouw als woning niet is toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan en dat er geen concreet zicht is op legalisering in toekomstige plannen.
Daarnaast oordeelt de Raad dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er toezeggingen zijn gedaan die het college zouden binden, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt. Er zijn ook geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat het college van handhaving afziet.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het college. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.