ECLI:NL:RVS:2003:AN9741
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling en bouwvergunning voor bedrijfshallen in strijd met bestemmingsplan
De appellant verzocht om vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het oprichten van bedrijfshallen op een perceel in de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel. De gemeenteraad weigerde deze vrijstelling en mededeelde dat daardoor de bouwvergunning werd geweigerd. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door de raad en het college, stelde appellant beroep in bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de bouwvergunning van rechtswege was verleend of dat de raad in redelijkheid de vrijstelling kon weigeren. De Raad oordeelde dat artikel 46, derde lid, van de Woningwet de verlening van de bouwvergunning van rechtswege in de weg staat en dat het betoog van appellant omtrent overschrijding van beslistermijnen geen wettelijke grondslag heeft.
Daarnaast werd vastgesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan “Buitengebied” en het provinciaal en gemeentelijk beleid dat grootschalige bedrijfsfuncties in het buitengebied wil weren. Het betoog van appellant dat de raad zijn beleid niet consequent toepast, omdat een buurman wel vrijstelling zou hebben gekregen, faalde omdat die buurman nog geen vrijstelling had gekregen en een andere situatie betrof. De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vrijstelling en bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.