ECLI:NL:RVS:2003:AN9759
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Weigering horeca-exploitatievergunning wegens eerdere veroordelingen en sluiting coffeeshop
De burgemeester van Heerlen heeft op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) geweigerd aan appellant een horeca-exploitatievergunning te verlenen voor een horecagelegenheid aan een locatie in Heerlen. Deze weigering was gebaseerd op het feit dat appellant binnen vijf jaar meerdere onherroepelijke veroordelingen had gekregen wegens overtredingen van de Opiumwet en dat zijn coffeeshop eerder voor vier maanden was gesloten.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Maastricht, die het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde appellant hoger beroep bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de burgemeester op grond van de APV en het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet verplicht was de vergunning te weigeren, omdat appellant niet voldeed aan de gestelde eisen.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat hem geen verwijt treft van de sluiting van zijn coffeeshop en dat de procedure onvoldoende zorgvuldigheid kende. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie niet vergelijkbaar was met andere zaken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de horeca-exploitatievergunning bevestigd.