ECLI:NL:RVS:2003:AN9777
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- T.I. van Koten
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom inzake invoer verontreinigde grond
Verzoekster, Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V., maakte bezwaar tegen een besluit van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer waarin haar een last onder dwangsom werd opgelegd wegens overtreding van artikel 26 van Pro de EVOA. De last hield verband met het niet retourneren van twee vrachten verontreinigde grond die volgens verweerder niet aan de kennisgeving voldeden.
Verzoekster betoogde dat de grond uit slechts twee vrachtwagens een klein deel van de totale partij betrof en dat verschillen in analyse niet betekenen dat de grond fysisch en chemisch anders is. Tevens stelde zij dat retourneren binnen zes weken onmogelijk is en dat de last onterecht werd opgelegd voor reeds opgeslagen grond.
De Voorzitter stelde vast dat EDF GDF als kennisgever moet worden aangemerkt en niet verzoekster. De opgelegde last onder dwangsom kon niet worden gebaseerd op artikel 26, tweede of derde lid, van de EVOA. Bovendien was de motivering van het besluit onvoldoende, met name omtrent de bemonstering en afwijkingen in analysecijfers. Daarom werd de last onder dwangsom geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.
Uitkomst: De last onder dwangsom is geschorst bij wijze van voorlopige voorziening wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de rol van verzoekster als kennisgever.