ECLI:NL:RVS:2003:AO0237
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- K. Brink
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning Afvalberging Derde Merwedehaven wegens onzorgvuldigheden en onduidelijkheden
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 2 april 2002 een revisievergunning voor tien jaar aan IGAT B.V. voor de Afvalberging Derde Merwedehaven in Dordrecht. Diverse appellanten, waaronder omwonenden en milieuorganisaties, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil op 17 juni 2003.
De Afdeling oordeelde dat het besluit op onderdelen onzorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijke motivering bevatte, met name ten aanzien van de geurimmissienormen en geluidgrenswaarden bij bepaalde immissiepunten. Tevens werd vastgesteld dat de definities van gevaarlijke en niet-gevaarlijke baggerspecie niet in overeenstemming waren met de Wet milieubeheer en dat voorschriften omtrent het stellen van financiële zekerheid ontbraken.
De Afdeling vernietigde het besluit gedeeltelijk en droeg het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werden proceskosten toegekend aan enkele appellanten. Het beroep van een appellant werd geheel ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt gedeeltelijk vernietigd en het college dient binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.