ECLI:NL:RVS:2003:AO0269

Raad van State

Datum uitspraak
8 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200307162/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • M.Z.C. Koutstaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijziging vergunning uitweg Fazantlaan

Het college van burgemeester en wethouders van Naaldwijk verleende op 23 juli 2003 vergunning aan een besloten vennootschap voor het maken van een uitweg van een parkeerterrein naar de Fazantlaan, met de beperking dat de uitweg uitsluitend als inrit mocht worden gebruikt. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat op 11 februari 2003 ongegrond werd verklaard.

De rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde op 18 september 2003 het beroep van verzoekers ongegrond en dat van de vennootschap gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat het college binnen twee maanden een nieuw besluit moest nemen. Op 16 oktober 2003 herzag het college het eerdere besluit en schrapte de beperking op het gebruik van de uitweg.

Verzoekers verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening om het besluit van 16 oktober 2003 te schorsen, stellende dat het gebruik van de uitweg gevaarlijk is vanwege de nabijheid van een basisschool. De Voorzitter oordeelde dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat het besluit niet in stand zou blijven en dat de uitweg niet zonder meer onveilig was volgens diverse adviezen.

Gezien het belang bij handhaving van de vergunning en het feit dat het college de uitweg verkeersbesluitmatig had gesloten voor verkeer vanaf de Fazantlaan, werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van 16 oktober 2003 wordt afgewezen.

Uitspraak

200307162/2.
Datum uitspraak: 8 december 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage van 18 september 2003 in het geding tussen:
1. [derde belanghebbende], gevestigd te [plaats],
2. [verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Naaldwijk.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 juli 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Naaldwijk (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [derde belanghebbende], voorzover thans van belang, vergunning verleend voor het maken van een uitweg van zijn parkeerterrein, gelegen tussen de Dijkstraat en de Fazantlaan te Honselersdijk, naar de Fazantlaan, met dien verstande dat de uitweg uitsluitend als inrit naar bedoeld terrein mag worden gebruikt.
Bij besluit van 11 februari 2003 heeft het college de daartegen door verzoekers en [derde belanghebbende] gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 september 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond, en het door [derde belanghebbende] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college binnen twee maanden na de datum van verzending van de uitspraak een nieuw besluit neemt met inachtneming van de inhoud van die uitspraak.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 29 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 30 oktober 2003, hoger beroep ingesteld.
Voorts hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 november 2003, waar verzoekers in persoon, bijgestaan door mr. J.E. Dijk, werkzaam bij het Bureau Rechtshulp te Dordrecht, en het college, vertegenwoordigd door K. Hoekstra, ambtenaar der gemeente, en [derde belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. J. Hiemstra, advocaat te Nootdorp, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Bij besluit van 16 oktober 2003 heeft het college, opnieuw beslissend op het bezwaar van [derde belanghebbende], dit bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 23 juli 2002 in die zin herroepen, dat de beperking die in verband met het uitwegen naar de Fazantlaan aan de vergunning is verbonden, wordt geschrapt, en dit besluit voor het overige in stand gelaten. Het hoger beroep wordt, met toepassing van de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit van 16 oktober 2003.
2.3. Het verzoek om voorlopige voorziening is gericht op schorsing van het laatstgenoemde besluit. Daartoe hebben verzoekers betoogd dat het gebruik van de uitweg gevaarlijk is, met name gelet op de nabijheid van de eveneens aan de Fazantlaan gelegen basisschool.
2.4. In het betoog van verzoekers bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat het besluit van 16 oktober 2003 niet genomen had mogen worden. Daartoe wordt overwogen dat de in geding zijnde uitweg in geen van de van het dossier uitmakende adviezen, waaronder die van de Politie Haaglanden, 3VO, en de Ambtelijke Werkgroep Verkeer, als (zonder meer) onveilig is aangemerkt.
2.5. Onder deze omstandigheden dient het belang bij handhaving van de bestaande vergunning te prevaleren boven de door verzoekers gestelde belangen bij het schorsen daarvan. De Voorzitter neemt daarbij in aanmerking dat het college de uitweg bij verkeersbesluit van 18 november 2003 gesloten heeft verklaard voor automobilisten komende van de Fazantlaan.
Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Koutstaal
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2003
383.