ECLI:NL:RVS:2003:AO0296
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onredelijke hoogte en ondeugdelijke motivering
Bij besluit van 3 september 2002 legde het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan appellante een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschrift 7.1 van een milieuvergunning, dat opslag en bewerking van te sorteren bedrijfsafvalstoffen niet in de buitenlucht mag plaatsvinden. De dwangsom bedroeg € 25.000 per week met een maximum van € 200.000.
Appellante stelde beroep in tegen het besluit nadat haar bezwaar deels ongegrond was verklaard. Zij voerde onder meer aan dat geen volledige heroverweging had plaatsgevonden, dat de overtreding niet had plaatsgevonden en dat de dwangsom onevenredig hoog was. De Raad van State oordeelde dat verweerder slechts bevoegd was tot het opleggen van de last voor bepaalde afvalstoffen en dat de dwangsom niet in redelijke verhouding stond tot het milieubelang.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het oordeel was dat de motivering voor de last en de hoogte van de dwangsom ondeugdelijk waren en dat onvoldoende rekening was gehouden met de feitelijke situatie en de omvang van de overtreding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en disproportionele hoogte.