ECLI:NL:RVS:2003:AO0297
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen emissie-eis voor houtmotverbrandingsinstallatie op grond van Wet milieubeheer
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen een besluit genomen om voorschriften toe te voegen aan een milieuvergunning, waaronder een emissie-eis voor stof van maximaal 50 mg/Nm3 aan een houtmotverbrandingsinstallatie. Appellante betoogde dat deze eis te streng is en in strijd met het alara-beginsel, mede vanwege de hoge kosten om aan de eis te voldoen en het feit dat de installatie slechts in deellast wordt gebruikt.
Appellante verwees naar de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) en stelde dat afwijking van de emissie-eis gerechtvaardigd kan zijn als de marginale kosteneffectiviteit van de maatregel onredelijk hoog is. Verweerder stelde dat bij het opstellen van de Bijzondere regeling F7 van de NeR al rekening is gehouden met kosten en dat de eis passend is bij de stand van de techniek.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder terecht de Bijzondere regeling F7 als uitgangspunt heeft genomen en dat de situatie van appellante niet vergelijkbaar is met eerdere uitzonderingen, omdat de installatie niet slechts enkele dagen per jaar in gebruik is. De financiële omstandigheden van appellante rechtvaardigen geen afwijking van de emissie-eis. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen sprake van een motiveringsgebrek of schending van het vertrouwensbeginsel. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot het opleggen van een emissie-eis aan de houtmotverbrandingsinstallatie is ongegrond verklaard.