ECLI:NL:RVS:2003:AO0305
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Dolman
- R.H. Lauwaars
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bestemmingwijziging woongebied naar verblijfsrecreatie in Cadzand-Bad Oost bevestigd
De gemeenteraad van Oostburg stelde op 17 oktober 2002 het bestemmingsplan "Cadzand-Bad Oost" vast, dat onder meer een wijziging van de bestemming van woongebied naar verblijfsrecreatieve doeleinden omvatte. Het college van gedeputeerde staten van Zeeland keurde dit plan goed bij besluit van 15 april 2003.
Appellant A stelde beroep in tegen de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Verblijfsrecreatieve doeleinden" op zijn perceel, stellende dat de wijziging van de bestemming van "Woondoeleinden" onterecht was en onvoldoende onderbouwd. Appellant B diende een beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de gemeenteraad bevoegd is bestemmingen te wijzigen en dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling nam het standpunt van verweerder over dat de wijziging noodzakelijk is gelet op de overheersende recreatieve bewoning en de geringe behoefte aan permanente bewoning in de wijk.
Het beroep van appellant A werd ongegrond verklaard, omdat de bestemming "Verblijfsrecreatieve doeleinden" overeenkomt met het bestaande gebruik en de onderbouwing van de wijziging voldoende is. Het beroep van appellant B werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant B is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant A ongegrond; het bestemmingsplan is goedgekeurd.