ECLI:NL:RVS:2003:AO0322
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om planschadevergoeding op grond van artikel 49 WRO na wijziging bestemmingsplan Willis
Appellant, de gemeenteraad van Zaanstad, wees een verzoek van verzoeker om schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) af na vaststelling van het bestemmingsplan "Willis". Verzoeker stelde dat door de wijziging van het planologische regime schade was ontstaan. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit van appellant wegens een onjuiste toepassing van artikel 49 WRO Pro en ondeugdelijke motivering.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank onjuist had vastgesteld dat het bestemmingsplan "Willis" niet onherroepelijk was geworden, en dat de peildatum voor de beoordeling van planschade niet de datum van onherroepelijkheid is, maar het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Appellant had ten onrechte een andere peildatum gehanteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van appellant gegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden, en oordeelde dat het verzoek om schadevergoeding terecht was toegewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden.