ECLI:NL:RVS:2003:AO0330
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan asielzoeker wegens onvoldoende medewerking aan terugkeer
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 28 juni 2002 de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling opvang asielzoekers beëindigd, omdat appellant onvoldoende medewerking verleende aan het verkrijgen van vervangende reisdocumenten. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de last tot uitzetting niet meer van kracht was omdat hij rechtmatig verblijf had en dat de korpschef niet bevoegd was om hem aan te zeggen de verstrekkingen te verlaten. Ook stelde hij dat de voorzieningenrechter ten onrechte geen rekening hield met een paspoort dat hij na de aanzegging had verkregen.
De Raad van State oordeelde dat de last tot uitzetting rechtsgeldig was en dat de ROA alleen voorziet in opvang voor asielzoekers met een lopende asielprocedure. De mededeling van de korpschef was rechtsgeldig en het exitgesprek van de IND vormde het peilmoment voor medewerking. Omdat appellant tot dat moment geen inspanningen had verricht en het paspoort pas later was afgegeven, was het college terecht tot beëindiging van de verstrekkingen overgegaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de beëindiging van verstrekkingen aan appellant wegens onvoldoende medewerking aan terugkeer.