ECLI:NL:RVS:2003:AO0343
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking verlof vuurwapen en Europese vuurwapenpas
Appellant kreeg op 23 januari 2001 het verlof tot het voorhanden hebben van twee vuurwapens en de bijbehorende Europese vuurwapenpas ingetrokken door de Korpschef van de politieregio Midden en West Brabant, met een verbod tot verlening of verlenging gedurende acht jaar. Appellant stelde hiertegen administratief beroep in bij de Minister van Justitie, die het beroep gegrond verklaarde en de intrekking vernietigde, maar het verlof en de pas alsnog introk.
De rechtbank te Breda verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het verlof en de pas voor de betreffende periode waren verstreken en appellant geen belang meer zou hebben bij inhoudelijke beoordeling. Appellant stelde echter dat dit oordeel onjuist was omdat de intrekking gevolgen kan hebben voor toekomstige aanvragen.
De Raad van State oordeelde dat het verlof en de Europese vuurwapenpas jaarlijks opnieuw moeten worden aangevraagd en dat de intrekking en de onderliggende feiten en omstandigheden relevant blijven voor toekomstige aanvragen. Daarom heeft appellant wel degelijk belang bij inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald en dat de rechtbank zal beslissen over de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling.