ECLI:NL:RVS:2003:AO0344
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- C. de Gooijer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen illegale profielwijziging terrein
Appellante verzocht de Minister van Verkeer en Waterstaat om handhavend op te treden tegen een vermeende illegale profielwijziging op een perceel naast haar woning en kantoor. De Minister wees dit verzoek bij besluit van 15 januari 2002 af en verklaarde het daaropvolgende bezwaar ongegrond. De rechtbank te Breda bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 18 april 2003.
In hoger beroep betoogde appellante dat er meer verontreinigde grond was gestort dan door de Minister werd aangenomen, gebaseerd op een rapport van een ingenieursbureau en een vaststellingsovereenkomst. De Raad van State oordeelde dat deze stukken onvoldoende objectief bewijs vormen voor de omvang van de storting en dat de vaststellingsovereenkomst geen grondslag biedt voor handhavend optreden door de Minister.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende aannemelijk is dat sprake was van een situatie in strijd met de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.