ECLI:NL:RVS:2003:AO0766
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwang bij asbestverontreiniging na brand op perceel
Op het perceel van appellant heeft in november 2002 een brand plaatsgevonden waarbij asbestdeeltjes zijn vrijgekomen en verspreid in de omgeving. Verweerder heeft bestuursdwang aangezegd om binnen korte termijn de asbestverontreiniging door een gecertificeerd bedrijf te laten verwijderen, inclusief op aangrenzende percelen.
Appellant maakte bezwaar tegen de bestuursdwang, onder meer omdat hij vond dat de termijn onredelijk kort was en dat hij niet vooraf over de kosten was geïnformeerd. Tevens stelde hij dat hij zelf al maatregelen had getroffen en dat de verzekering de kosten zou dekken. De bestuursrechter oordeelde dat de bestuursdwang gerechtvaardigd was op grond van artikel 17.1 Wet milieubeheer, gezien het risico voor de volksgezondheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het belang van bescherming van de volksgezondheid zwaarder weegt dan de financiële belangen van appellant. De termijn van twee dagen was niet onredelijk en het kostenverhaal is terecht aan appellant opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuursdwang voor asbestverwijdering is ongegrond verklaard.