ECLI:NL:RVS:2003:AO0772
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart door college van B&W Emmen
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen wees de aanvraag van appellant om een gehandicaptenparkeerkaart af op 18 april 2002. Het bezwaar van appellant werd op 8 november 2002 ongegrond verklaard en de rechtbank te Assen bevestigde dit bij uitspraak van 5 juni 2003. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de beslissing op bezwaar niet alle bezwaren had behandeld en dat het advies van de GGD-arts onvolledig en onzorgvuldig was, mede omdat onvoldoende rekening was gehouden met zijn zelfredzaamheid en meerdere klachten. Tevens stelde hij dat de Regeling gehandicaptenparkeerkaart ruimte biedt voor bijzondere omstandigheden en dat artikel 1 lid 1 onder Pro d als hardheidsclausule had moeten worden toegepast.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om het oordeel van de GGD-arts te weerleggen. De noodzaak van zelfredzaamheid is geen zelfstandig criterium buiten de Regeling. Artikel 1 lid 1 onder Pro a is geen imperatieve bepaling, maar er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing rechtvaardigden. Artikel 1 lid 1 onder Pro d is geen hardheidsclausule en het college hoefde deze niet toe te passen. De verwijzing naar andere gevallen was onvoldoende om het gelijkheidsbeginsel te doen gelden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart bevestigd.