ECLI:NL:RVS:2003:AO0784
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.A. Alkema
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor exploiteren erotische massagesalon buiten aangewezen gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen weigerde op 15 februari 2001 de vergunning voor het exploiteren van een massagesalon op een bepaald adres, omdat deze niet in het door de gemeente aangewezen gebied voor prostitutie-inrichtingen lag. De burgemeester verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van de burgemeester ongegrond. Appellante stelde dat de massagesalon slechts ontspanningsmassages gaf en geen prostitutiebedrijf was, en dat het overgangsrecht van toepassing was omdat de salon al vóór 1994 bestond of sinds 1995 werd gedoogd.
De Raad van State oordeelde dat de massagesalon kwalificeert als een erotische massagesalon en daarmee onder de APV valt, die vergunningplicht en locatiebeperkingen voorschrijft. Het overgangsrecht geldt slechts voor 13 weken na inwerkingtreding van de APV in 1994 en kan niet worden uitgebreid naar 2000. Bovendien is de vergunning niet overdraagbaar en kan eerdere exploitatie geen rechten geven. Het beroep faalt en de weigering van de vergunning wordt bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor het exploiteren van de erotische massagesalon buiten het aangewezen gebied.