ECLI:NL:RVS:2003:AO0794
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijdrage InvesteringsPremieRegeling Flevoland wegens te vroege verplichtingen
Appellante vroeg een bijdrage aan in het kader van de InvesteringsPremieRegeling Flevoland 2000 voor de verplaatsing van haar bedrijf naar Urk. Het college van gedeputeerde staten van Flevoland wees deze aanvraag af omdat zij ruim vóór de vooraanmelding verplichtingen was aangegaan voor de aankoop van grond, waardoor de subsidiabele kosten te laag waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat de voorlopige koopovereenkomst uit 1999 een verplichting vormde die niet in aanmerking kon worden genomen voor subsidie. Het betoog van appellante dat de regeling eerder had moeten worden aangekondigd en dat de overgangsregeling onrechtvaardig was, werd verworpen.
Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen op basis van uitlatingen van een gemeenteambtenaar faalde, omdat het college niet gebonden is aan mededelingen van medewerkers van andere overheidslichamen. De Afdeling concludeerde dat de regeling geen terugwerkende kracht kent en dat het stimuleringskarakter van de regeling in stand moet blijven.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te vroeg aangegane verplichtingen.