ECLI:NL:RVS:2003:AO0806
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit geluidvoorschriften houtbewerkingsinrichting wegens onrechtmatigheid
Bij besluit van 2 juli 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert nadere geluidvoorschriften gesteld voor een houtbewerkingsinrichting, waarbij eerdere strengere voorschriften werden ingetrokken. Appellanten stelden dat het besluit onrechtmatig was vanwege onder meer onduidelijkheid over geluidnormen, te ruime bedrijfstijden en onvoldoende bescherming van het milieu.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het horen tijdens de bezwaarprocedure niet in strijd was met de Awb. Het college mocht het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer toepassen en de geluidgrenswaarden waren in redelijkheid vastgesteld. Wel was er onzekerheid of met de toegestane bedrijfsvoering kon worden voldaan aan de geluidgrenswaarden, mede door onjuiste metingen en onvoldoende onderbouwing.
Daarom werd het besluit vernietigd en herroepen. Tevens werden de proceskosten aan appellanten toegekend. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot het stellen van nadere geluidvoorschriften voor de houtbewerkingsinrichting is vernietigd en herroepen wegens strijd met het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer.