ECLI:NL:RVS:2003:AO0815
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning melkrundveehouderij wegens onjuiste beoordeling stankhinder
Bij besluit van 14 mei 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout een revisievergunning aan een melkrundveehouderij op een perceel in Oosterhout. Appellant sub 1 en appellant sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit. Het beroep van appellant sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit en er geen omstandigheden waren die dit konden rechtvaardigen.
Appellant sub 1 voerde aan dat de inrichting stankhinder veroorzaakt en dat het pand nabij de inrichting feitelijk werd bewoond, hetgeen bij de beoordeling van de stankhinder ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. Verweerder stelde dat bewoning niet was toegestaan vanwege strijd met het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat bij de vaststelling van de omgevingscategorieën het feitelijke gebruik van het pand leidend is, niet de planologische bestemming.
Omdat verweerder het feitelijke gebruik onvoldoende had onderzocht en de planologische bestemming leidend had geacht, was het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht genomen. Het beroep van appellant sub 1 werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant sub 1 gegrond, waarna het vergunningbesluit is vernietigd.