ECLI:NL:RVS:2003:AO0818
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stilleggingsbesluit bouw woonwagen zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn legde appellante op 9 augustus 2001 een last tot onmiddellijke stillegging van de bouw van een woonwagen op een perceel in Apeldoorn op, omdat zij zonder de vereiste bouwvergunning was begonnen met bouwen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 februari 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen bevestigde dit in haar uitspraak van 29 april 2003.
Appellante stelde dat er sprake was van vertrouwen dat zij een bouwvergunning zou krijgen, mede door uitlatingen van een ambtenaar, en dat de stillegging schade veroorzaakte die als bijzonder geval moest worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde echter dat bouwen zonder vergunning verboden is en dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Het college hoefde niet te onderzoeken of legalisatie mogelijk was en het vertrouwen van appellante was niet relevant.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen sprake was van een bijzonder geval dat handhavend optreden zou uitsluiten. De schade door stillegging komt voor rekening van de bouwer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de stilleggingsbeslissing bevestigd.