ECLI:NL:RVS:2003:AO0826
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- F.P. Zwart
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid gedeputeerde staten voor besluit op verzoek handhaving bestemmingsplan
Appellante verzocht het college van gedeputeerde staten om op grond van artikel 124 van Pro de Gemeentewet in de plaats te treden van het college van burgemeester en wethouders van Helmond en handhavend op te treden tegen een magazijn dat in strijd met het bestemmingsplan was geplaatst. Het college van gedeputeerde staten wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het college van gedeputeerde staten niet bevoegd was om op het verzoek te beslissen en vernietigde het besluit.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het college van gedeputeerde staten onbevoegd had verklaard. De Raad van State overwoog dat artikel 124 Gemeentewet Pro ziet op situaties van taakverwaarlozing door het gemeentebestuur. Het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift en de afwijzing van het verzoek tot handhaving rechtvaardigen geen conclusie van taakverwaarlozing.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het college van gedeputeerde staten niet bevoegd was om toepassing te geven aan artikel 124 Gemeentewet Pro in deze zaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college van gedeputeerde staten niet bevoegd is om op grond van artikel 124 Gemeentewet te besluiten.