ECLI:NL:RVS:2003:AO0828
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning injectie putstimulatievloeistoffen en sulfinolhoudend spoelwater
De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (appellante) had een vergunning aangevraagd voor het veranderen van een inrichting die vloeistoffen, vrijgekomen bij gaswinning, terugvoert in de diepe ondergrond. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Drenthe, verleende de vergunning deels maar weigerde deze voor het injecteren van putstimulatievloeistoffen en sulfinolhoudend spoelwater. Deze weigering was gebaseerd op het provinciaal milieubeleidsplan en een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Appellante stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name de doelmatigheidstoets omtrent effectiviteit en efficiëntie van bovengrondse verwerking versus injectie in de diepe ondergrond. De minister had gesteld dat bovengrondse verwerking a priori doelmatiger is, maar kon dit niet deugdelijk onderbouwen. De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom bovengrondse verwerking effectiever en efficiënter zou zijn dan injectie.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de vergunning voor de injectie van genoemde vloeistoffen betreft. Verweerder moet de minister verzoeken opnieuw te beslissen over de vvgb en daarna een nieuw besluit nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de vergunning voor injectie van putstimulatievloeistoffen en sulfinolhoudend spoelwater wordt vernietigd.