ECLI:NL:RVS:2003:AO0832
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergunning injectie putstimulatievloeistoffen in diepe ondergrond
Appellante, de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., kreeg gedeeltelijk een vergunning geweigerd voor het injecteren van putstimulatievloeistoffen en sulfinolhoudend spoelwater in de diepe ondergrond bij een locatie te Dalen. Het besluit van 29 juli 2002 van de minister van Economische Zaken, in overeenstemming met de minister van VROM, verleende wel een vergunning voor andere lozingen, maar niet voor deze specifieke injecties.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de motivering van de weigering onvoldoende was. De minister van VROM had in een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) geweigerd deze stoffen als gevaarlijke afvalstoffen te accepteren voor injectie, maar had dit niet deugdelijk gemotiveerd. De Raad stelde vast dat de motivering gebaseerd was op beleidsuitgangspunten zonder concrete onderbouwing dat bovengrondse verwerking doelmatiger zou zijn dan injectie in de diepe ondergrond.
Hierdoor kon het besluit niet worden gehandhaafd en werd het beroep gegrond verklaard. Het besluit werd vernietigd voor zover het de weigering betrof van de vergunning voor injectie van genoemde afvalstoffen. De minister werd opgedragen binnen zeventien weken een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de motiveringsvereisten. Proceskosten werden niet toegekend, maar het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van vergunning voor injectie van putstimulatievloeistoffen en sulfinolhoudend spoelwater in de diepe ondergrond wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.