ECLI:NL:RVS:2003:AO0837
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning injectie putbehandelingsvloeistoffen in diepe ondergrond
De zaak betreft een beroep van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Drenthe om de vergunning voor het injecteren van putstimulatievloeistoffen en doodpompvloeistoffen in de diepe ondergrond te weigeren. De vergunning was verleend voor het terugvoeren van vloeistoffen die vrijkomen bij de winning van gas, maar de injectie van genoemde vloeistoffen werd geweigerd.
De Raad van State oordeelde dat de weigering gebaseerd was op een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, die stelde dat bovengrondse verwerking van deze afvalstoffen doelmatiger zou zijn. Echter, de motivering van de minister was onvoldoende, omdat niet aannemelijk werd gemaakt dat bovengrondse verwerking effectiever en efficiënter is dan injectie in de diepe ondergrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit voor zover het de weigering van de vergunning betrof voor deze vloeistoffen. Het college van gedeputeerde staten werd opgedragen binnen gestelde termijnen opnieuw een besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van vergunning voor injectie van putstimulatie- en doodpompvloeistoffen in de diepe ondergrond is vernietigd wegens onvoldoende motivering.