ECLI:NL:RVS:2003:AO0845
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over planschadevergoeding bij bestemmingsplan Kerkelaantje
Appellant, de raad van de gemeente Reeuwijk, kende een schadevergoeding toe aan meerdere belanghebbenden wegens waardevermindering door het bestemmingsplan Kerkelaantje. De belanghebbenden stelden dat de vergoeding onvoldoende was en maakten bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de belanghebbenden gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de beoordeling van planschade moet uitgaan van het planologische regime en niet van de feitelijke situatie. De gemeente had onvoldoende rekening gehouden met de maximale benutting van het bestemmingsplan, waaronder een grotere goot- en nokhoogte, die tot extra schade kan leiden. Het is niet aannemelijk dat de gemeente geen gebruik zal maken van haar bevoegdheid tot vrijstelling.
Daarom is het oordeel van de rechtbank dat de waardevermindering door het bestemmingsplan Kerkelaantje in de schadeberekening moet worden betrokken, juist. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Reeuwijk wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.