ECLI:NL:RVS:2003:AO0882
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor gewijzigde garage/bergruimte ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas verleende op 17 juli 2001 een bouwvergunning voor het gewijzigd uitvoeren van een eerder verleende vergunning voor een garage/bergruimte op een perceel te [plaats]. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank te Roermond bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 11 april 2003.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde onder meer aan dat hij te laat was geïnformeerd over de hoorzitting en dat er onvolledige informatie was verstrekt. De Raad oordeelde dat appellant niet in zijn belangen was geschaad omdat hij ter zitting was verschenen en het woord had gevoerd. Daarnaast werd geoordeeld dat het betoog over een muur buiten het geschil viel.
De Raad stelde vast dat geen van de weigeringsgronden van artikel 44 Woningwet Pro van toepassing was en dat het college verplicht was de vergunning te verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bouwvergunning en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.