ECLI:NL:RVS:2003:AO0942

Raad van State

Datum uitspraak
16 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200304527/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D. Dolman
  • F.T.T. van der Heijde
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan De Mans Zuid in Enschede

De gemeenteraad van Enschede stelde op 16 december 2002 het bestemmingsplan De Mans Zuid vast, waarin de bouw van een woonzorgcomplex en woningen mogelijk werd gemaakt. Verzoekers maakten bezwaar tegen de goedkeuring van dit plan door het college van gedeputeerde staten van Overijssel, stellende dat het plan in strijd zou zijn met de provinciale ecologische hoofdstructuur (PEHS) en het streekplan.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 21 november 2003. Verzoekers voerden aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de belemmeringslijn voor verstedelijking en dat bebouwing binnen de PEHS niet was toegestaan. Het plangebied ligt binnen de gesloten belemmeringslijn rond de kern Boekelo, waar volgens het streekplan wel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen.

De Voorzitter stelde vast dat de behoefte aan het woonzorgcomplex en woningen voldoende was aangetoond en dat er geen andere locaties beschikbaar waren binnen Boekelo. Tevens was niet gebleken dat het plangebied een te beschermen natuur- of landschappelijke waarde heeft. Daarom was niet aannemelijk dat het plan in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan De Mans Zuid is afgewezen.

Uitspraak

200304527/2.
Datum uitspraak: 16 december 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2002 heeft de gemeenteraad van Enschede, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2002, vastgesteld het bestemmingsplan “De Mans Zuid”.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 1 juli 2003, kenmerk RWB/2003/91, beslist over de goedkeuring van het bestemmingplan.
Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 3 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 september 2003, beroep ingesteld.
Bij brief van 3 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 september 2003, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 november 2003, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. E.W. Roessingh, advocaat te Hengelo, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A. van Maurik, ambtenaar bij de provincie, zijn verschenen.
Tevens zijn gehoord de gemeenteraad van Enschede, vertegenwoordigd door drs. T.J. Kooistra, ambtenaar bij de gemeente, de stichting “Stichting Dorpsraad Boekelo”, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en [derde belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde], directeur.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Verzoekers kunnen zich niet verenigen met het bestreden besluit waarbij het plan is goedgekeurd. Zij betogen dat onvoldoende rekening is gehouden met de ligging van de belemmeringslijn voor verstedelijking en van de provinciale ecologische hoofdstructuur (hierna: PEHS). Volgens hen is dan ook bebouwing van het plangebied in strijd met het streekplan en derhalve niet toegestaan.
2.3. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de kern Boekelo en wordt globaal begrensd door de Weleweg, het Mr. De Wolfplein en de toeristische spoorlijn Haaksbergen - Boekelo. Het plan maakt de bouw van een woonzorgcomplex en een aantal woningen mogelijk.
Blijkens de natuurbeleidskaart bij het streekplan maakt het plangebied deel uit van de PEHS. Het streekplanbeleid voor de PEHS is in beginsel gericht op het handhaven van de rust en het tegengaan van verstoring en versnippering door het weren van grootschalige nieuwe ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld woningbouw. Het streekplan vermeldt echter dat dit beleid niet geldt voor ontwikkelingen die daarin reeds zijn opgenomen voor een aantal kernen die binnen de PEHS gelegen zijn. Deze kernen zijn voorzien van een gesloten belemmeringslijn (contour), waardoor de maximale ontwikkelingsruimte is bepaald. Volgens het streekplan mogen nieuwe ontwikkelingen een dergelijke contour niet overschrijden en gelden binnen die contour de algemene uitgangspunten voor stedelijke ontwikkelingen. Deze houden onder meer in dat de locatiekeuze primair bij de gemeente ligt en dat mede uit oogpunt van efficiënt ruimtegebruik inbreiding voor uitbreiding gaat.
Op de kaart “Contouren kleine kernen Twente” bij het streekplan ligt het plangebied binnen de gesloten belemmeringslijn rond de kern Boekelo. De Voorzitter acht de behoefte aan een woonzorgcomplex en aan een aantal nieuwe woningen in voldoende mate aangetoond. Bovendien is ter zitting gebleken dat daarvoor in de kern Boekelo - in ieder geval ten tijde van het nemen van het bestreden besluit - geen andere locatie beschikbaar was. Voorts is, mede gelet op de ter zitting door de gemeenteraad overgelegde foto’s, niet gebleken dat het plangebied een te beschermen natuur- of landschappelijke waarde bezit.
De Voorzitter is van oordeel dat voorshands niet aannemelijk is geworden dat aan het plan zodanige bezwaren kleven dat dit in strijd met een goede ruimtelijke ordening had moeten worden geacht. Mitsdien ziet de Voorzitter in hetgeen verzoekers hebben aangevoerd geen reden tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.4. De Voorzitter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening derhalve af.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.T.T. van der Heijde, ambtenaar van Staat.
w.g. Dolman w.g. Van der Heijde
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2003
349.